Praktijkexamen: tips om goed voorbereid te starten
Oefen de basis, de lesauto en de buurt van de Mississippidreef. Vraag na elke les wat je herhaalt, en plan kort voor het examen nog een rit.

Je bent klaar voor het praktijkexamen als schakelen, kijken en parkeren al vanzelf gaan. De regels van het CBR uit je hoofd leren vervangt dat niet. Bij Autorijschool Het Gooi oefen je in de auto waarin je ook examen doet, zoveel mogelijk met dezelfde instructeur. Pas als die zegt dat de basis stilstaat, vragen we het examen aan.
Krijg de basis eerst saai-goed
Schakelen, remmen, sturen en achteruitrijden moeten geen denkwerk meer zijn op het moment dat er een kruispunt aankomt. Merk je dat je nog naar de pook kijkt, dan is een drukke straat in Utrecht te vroeg.
In een automaat valt het schakelen weg. Dan moeten remmen, sturen, je plaats op de weg en achteruitrijden juist extra vast zitten. We sturen je niet naar het examen zolang die handelingen nog aandacht kosten. Twijfel je tussen schakel en automaat, dan merk je dat in de proefles.
Lees het bord en doe er meteen iets mee
Een bord dat je alleen uit een theorieboek kent, ben je op de rit te laat. Een zone 30, een voorrangsbord of het einde van de bebouwde kom: je ziet het en je past je snelheid of je plaats aan. Wie het bord mist, rijdt de verkeerde beslissing.
Wij geven geen theoriecursus. Zijn de borden weggezakt, haal ze dan bij vóór de lessen waarin het examen dichtbij komt. In de auto oefenen we wat je met het bord doet, niet de meerkeuzevraag.
Ken elke knop van de lesauto
Licht, ruitenwissers, achterruitverwarming, claxon. De examinator kan ook vragen naar de motorvloeistof of een lampje op het dashboard. Oefen dat in onze lesauto, niet de avond ervoor in de auto van iemand anders. De pedalen, de spiegels en de zit staan dan al zoals jij ze hebben wilt.
Het examen doe je in principe in de auto van de lessen. Wissel je op het laatst van auto, dan is de bediening nieuw op de dag dat je die juist niet wilt zoeken.
Vraag na elke les wat je herhaalt
“Het ging wel” is geen feedback. Vraag welk ene punt de volgende les terugkomt: te laat kijken, te dicht langs geparkeerde auto’s, of een rotonde waar de fietser wegviel. Werk die les daaraan, niet aan alles tegelijk.
Bij ons blijf je waar mogelijk bij dezelfde instructeur. Dat punt verdwijnt dan niet omdat er volgende week iemand anders naast je zit. Zak je later toch, dan staat op het uitslagformulier precies wat die volgende lessen worden.
Parkeren, keren en invoegen
Je weet niet welke twee manoeuvres je krijgt. Minstens één is achteruit, en jij kiest zelf de plek nadat de opdracht duidelijk is. Kies ruimte en overzicht, niet de smalste opening omdat die het dichtstbij is. Oefen ze daarom allemaal, tot ze rustig gaan:
- ongeveer 20 meter recht achteruit, bijna evenwijdig aan de kant
- achteruit een bocht
- een haaks of schuin vak, vooruit en achteruit
- fileparkeren
- keren door te steken en keren met een halve draai
- de hellingproef: stoppen en wegrijden zonder te rollen
Een achteruitrijcamera mag, naast kijken. Op de schakelauto oefen je de helling met koppeling en handrem, op de automaat met de rem. Invoegen op de A2 of de A27 is een aparte oefening: snelheid meebrengen, spiegel, dode hoek, een gat kiezen. Te langzaam de baan op is net zo lastig als te laat kijken. In Utrecht en het Gooi doen we dit in straten waar echt auto’s geparkeerd staan, niet één keer voor de vorm.
Rijd wisselende stukken rond de Mississippidreef
De route ken je niet van tevoren en die leer je ook niet uit je hoofd. Voor deze regio is het examen bij het CBR aan de Mississippidreef. Rijd daar geen vast rondje, maar andere stukken: 30 km-zones, bruggen, rotondes en daarna de snelweg. Vanuit Hilversum en het Gooi bouwen we hetzelfde op. De examenritten zelf oefenen we in Utrecht.
Een deel van de rit volg je het navigatiesysteem, het grootste deel een zin als “bij de volgende rechts”. Oefen allebei in de lesauto. Wie alleen naar het scherm staart, mist de fietser.
Reken op een fietser die je niet had besteld
Het CBR liet zien waar kandidaten vaak de mist in gaan: te snel een kruispunt op rijden, te laat kijken, en te dicht langs fietsers en stilstaande auto’s. Houd ruimte bij geparkeerde auto’s, een deur kan openzwaaien. Op een rotonde kijk je de fietser niet weg.
Regen staat niet in de opdracht. Rem eerder en zet de verlichting aan. Steekt er laat iemand over, minder dan vaart. Niet bevriezen en ook niet alsnog doorzetten. Daarna rijd je verder met wat er nú op de weg gebeurt, niet met de misser van een minuut geleden.
Doe kort van tevoren nog een les
Plan die les in dezelfde auto, op het punt dat de vorige keer terugkwam. Parkeren, keren of invoegen, wat bij jou nog schuurt. Nieuwe trucs op de ochtend zelf helpen niet. Neem de uitnodiging en een geldig identiteitsbewijs mee, anders begint de rit niet.
Slaap de nacht ervoor. Een bad of een spreuk maakt de rit niet beter; uitgerust kijken wel. Blokkeer je op examens terwijl de lessen goed gaan, lees dan hoe een faalangstexamen werkt. De ademhaling oefen je stilstaand, niet terwijl je rijdt.



